Verantwoording

Spiritualiteit, Solidariteit en Soberheid

Inleiding

Het woord diaconie valt – als het om jongeren gaat – waarschijnlijk uit de toon. Wanneer het om hulp aan en aandacht voor armen gaat, zul je merken dat je jongeren iets te bieden hebt. Als ze iets aansprekends tegenkomen dan steken ze graag tijd en energie in een diaconaal project.

In de meeste parochies kennen wij de PCI’s (Parochiële Caritas Instellingen) en daarbij denken we misschien als eerste aan geld. Diaconie heeft echter ook iets van een werkwoord in zich. Iets betekenen voor armen, iets doen. En dat is dat onze jongeren de handen uit de mouwen durven te steken. Het is gebleken dat jongeren dan zeer betrokken, actief en inventief zijn. Zij komen met allerlei ideeën en proberen anderen te interesseren om zich beschikbaar te stellen. Hierbij timmeren zij aan de weg en betrekken anderen bij hun doel.

Een kerk die niet dient, dient nergens voor

De komende jaren willen wij als M25-team werken aan de drie opdrachten die de Kerk van haar Heer heeft meegekregen: dienen, verkondigen, bidden en vieren. De komende jaren willen wij ons bezinnen over onze zending tot dienstbaarheid en er samen aan werken. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen”, (Mt 20,28) zegt Jezus. De christen wil dat dan ook doen om zo zijn Heer na te volgen. De Kerk als gemeenschap eveneens: zij is gezonden om te dienen! Zijn wij een dienende Kerk en dienen wij zoals Jezus het nu van ons vraagt ?

Dienst aan de zwakke en gekwetste mens

Onze eerste opdracht is onze ogen openen: zien wij wel waar de actuele noden liggen? Hebben wij weet van de armen in onze omgeving? Velen zijn de dag van vandaag begaan met de zwakkeren in de samenleving en ook wij christenen hebben een lange traditie van dienstbaarheid. Wij denken met veel waardering aan de liefdevolle inzet van ontelbare vrijwilligers en beroepskrachten, religieuzen en leken. In de afgelopen jaren is ervaring opgedaan in het organiseren van de zorg voor de medemens in nood. Toch moeten wij ons onverminderd afvragen: Wat vraagt God precies van ons in deze tijd? Zien wij wel nieuwe noden en zien wij ze allemaal? Er zijn mensen met materiële behoeften, met lichamelijk lijden en met psychische nood. Daarnaast bestaat er vandaag een nog diepere existentiële nood. Steeds meer mensen worstelen met de vraag: “Waarom leef ik ?” – “Wat zal ik doen met mijn leven ?”. Ook die mensen wil de Kerk dienen. Alleen Jezus heeft op die vragen het laatste en juiste antwoord: Wij leven om anderen gelukkig te maken en om zo eer te brengen aan God ons aller Vader. Voor christenen komt het erop aan ook daarvan te getuigen. Ook dat is hun dienst aan de wereld.

Spiritualiteit in het spoor van Jezus Christus

Ieder mens draagt diep in zijn hart een verlangen om dienstbaar te zijn. Dat heeft God in zijn hart gelegd, want Hij is onze Vader en wij dragen zijn beeld in ons. Maar staan christenen meer of anders dienstbaar in het leven dan niet-christenen of ongelovigen? Het komt ons niet toe te vergelijken en nog minder te oordelen. Het is wel een feit dat christenen een bijzondere reden hebben om dienaars te zijn: ze zijn navolgers van Jezus Christus, de Dienaar bij uitstek. Christus is hun spiegel en hun krachtbron bij het dienen en het evangelie is hun ‘dienstboek’ dat hun de weg wijst.

Wie kent niet de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,30-35)? Een reiziger wordt overvallen en blijft halfdood liggen langs de weg. Niemand helpt hem totdat een Samaritaan die toevallig voorbij komt en hem de eerste zorgen toedient. En daarna zich ook verder om hem bekommert. Die Samaritaan staat symbool voor elke man of vrouw die helpt waar een nood is. In het visioen van het laatste oordeel (Mt 25,31-46) staat nog meer. Jezus zegt: “Die reiziger langs de weg, dat ben Ik”. “Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven”. Jezus identificeert zich met de behoeftigen. “Wat jij voor een van de minsten der mijnen hebt gedaan hebben jullie aan Mij gedaan”. In de voetwassing gaat Jezus nog verder. Nu gaat het niet meer om behoeftigen. Jezus toont hoe elke mens, wat ook zijn behoeftigheidgraad mag zijn, waard is om ervoor neer te knielen en hem te dienen. Christenen wensen hun medemens gelukkig te maken waar of wanneer zij ook maar kunnen. Zij weten zich altijd geroepen tot dienstbetoon.

Spiritualiteit in een dienende Kerk

Op deze evangelische boodschap willen wij steeds terugvallen, alleen of in een groep. Dienstbaarheid is een opgave voor ons allemaal, alleen en samen. Dit uitgangspunt wil een gunstig kader scheppen om onze concrete inzet te evalueren en aan te scherpen en om onze motivatie uit te zuiveren. We willen ons confronteren met Jezus boodschap en zijn gebod en met zijn voorbeeld: “Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen”. In ons gebed willen we vragen om inzicht en moed om Hem na te volgen. Telkens weer willen we vragen: “Heer, wat wilt Gij dat wij doen?”

In parochies, instellingen en organisaties worden de leidende teams en pastorale werkgroepen uitgenodigd om expliciet momenten te voorzien van uitwisseling en bezinning rond hun zending om te dienen. Er kunnen nieuwe initiatieven worden opgezet. Het voornaamste blijft dat we samen peilen naar de christelijke wortels van onze dienstbaarheid. Doen wij zoals Jezus het ons heeft gevraagd en voorgedaan? Zien we de mens die neerligt aan de rand van de weg? Zijn we zijn barmhartige Samaritaan?

De dienstbaarheid

Wanneer iemand je vriendelijk te woord staat of je een handje toesteekt als je het moeilijk hebt, dan doet je dat goed. Of je zit diep in de problemen en je ziet geen uitweg meer, en je kan plots bij iemand terecht. Dan wordt gedeelde pijn, halve pijn. En omgekeerd: iemand van dienst kunnen zijn, geeft je vreugde. En hoe groter de dienst, hoe groter de vreugde. Wat waar is voor de persoonlijke relaties, is even waar voor de hele samenleving. Wij zijn gelukkig met vlotte dienstverlening in de openbare sector, met degelijk onderwijs, met een zorgzaam milieubeheer, goede gezondheidszorg en met betrouwbare gezagsdragers. Daarnaast geeft het ook vreugde als je zelf iets kan bijdragen aan de goede werking van onze instellingen, aan de uitsluiting van armoede, aan duurzame ontwikkeling en aan vrede en gerechtigheid. Niet alleen in eigen land, maar wereldwijd, want het is een hele opgave samen te leven met zes miljard mensen op deze planeet.

Zonder dienstbaarheid is het geen leven

Zonder dienstbaarheid valt er niet te leven. Ervaren we dat niet elke dag? En toch is een zorgzame en dienstbare levenshouding niet vanzelfsprekend. We zijn helemaal aangewezen op solidariteit. We verlangen er zelfs naar. Maar tegelijk bekruipt ons de bekoring alleen aan ons zelf te denken en bezig te zijn met onze eigen belangen. Liefhebben is ons wel op de huid geschreven, maar ze is ons vreemd tegelijk. Dat is een eigenaardige paradox. Dienstbaarheid is altijd antwoord op een vraag die van buiten op ons afkomt. Ze schijnt daarom wel een halt toe te roepen aan onze spontane drang tot zelfontplooiing en aan de onstuimige wil om ons zelf te realiseren en om een goede plaats onder de zon te verwerven. Er is steeds weer een appèl van elders – van buiten mij en van buiten mijn groep – dat mijn plannen komt doorkruisen. Een appèl vanuit de Bron van het Leven

Solidariteit, een bondgenoot van velen

Die oproep tot dienstbaarheid vanuit de medemens is een zodanig wezenlijke ervaring in een mensenleven, dat het niet hoeft te verwonderen dat vele spirituele tradities en godsdiensten het hebben geduid als een stem vanuit de diepte van ons bestaan, vanuit de Bron van het leven zelf, vanuit de Allerhoogste. Voor alle kinderen van Abraham – joden, christenen en moslims – is die oproep tot dienst een oproep die van God zelf komt. Je leven in dienst stellen van de medemens en van een rechtvaardige samenleving is geen monopolie van de christenen. Daarom is het ook goed dat wij, christenen, ons plaatsen binnen dat algemene kader: We weten ons bondgenoten van velen die naar eigen geweten en naar best vermogen, zich verantwoordelijk voelen en zich inzetten om de aarde zo goed mogelijk bewoonbaar te maken en te beheren. Vanuit ons christelijk geloof krijgt de dienst nog een eigen inhoud en een eigen oriëntatie, een onverwachte diepte en betekenis. Precies daarom stelt zich de vraag des te scherper: Waarin ligt die eigenheid dan wel?

De dienst staat ingeschreven in het hart van ons geloof. In de dienst krijgt het geloof daadwerkelijk gestalte. Geloven zelf is al een dienst aan God en omwille van God, ook aan zijn schepping en aan zijn mensen. We worden dus met aandrang uitgenodigd om ons geloof concrete vorm te geven in de beleving van dienstbaarheid aan mens, schepping en wereld.

Diaconie, dienstbaarheid aan de mens

De letterlijke betekenis van het –Griekse- woord diakonia waarin we het woord diaconie herkennen, is ‘dienst’. Ook in het werkwoord ‘diakoneo’, dat ‘aan tafel dienen’ betekent, zien we dit dienen terug, evenals in het zelfstandige naamwoord ‘diakonos’: dienaar.

Diakoneo volgens Jezus

Dienen, diakonia, is in het Nieuwe Testament dus veel meer dan de zorg voor ar-men, weduwen en wezen. Apostolaat viel er onder, evenals preken, zendingswerk, catechisatie, en huisbezoek. In de evangeliën echter ligt de nadruk echter op de wijze waarop Jezus het dienstwerk opvat. In tegenstelling tot de wereld, waarin het gaat om macht over de ander, stelt Jezus het dienen centraal. Hij zegt: ‘Ik ben niet gekomen om bediend te worden, maar om te dienen’ (Mt. 20,28). Iedereen die in de gemeenschap van Christus wordt opgenomen, komt bijna als vanzelf in dit dienstbetoon terecht. Christus is onder meer zichtbaar in de gemeenschap, in de mate waarin de gemeenschap zich dienstbaar toont. Diakonia is daarmee een kerkelijk begrip. Hetgeen niet wil zeggen dat niemand dienstbaar kan zijn buiten de kerken. Meestal worden er dan andere begrippen gebruikt, zoals loyaliteit, solidariteit, actie, belangenbehartiging, goedgunstigheid, zorg, samenlevingsopbouw.

De diaconie gerealiseerd voor jongeren

De werkgroep M25 heeft in samenwerking met het interkerkelijke samenwerkingsverband “Diakonie” en de stichtingen “Jeroen” en “Over de Brug”, jongeren in de leeftijd van 14 tot en met 16 jaar kennis laten maken met de diaconie in Delft. Concreet betekende dit dat de jongeren binnen Delft het afgelopen jaar de kans hebben gekregen om te zien en te voelen, wat het inhoud om iets te kunnen betekenen voor de minder bedeelden in onze samenleving. De grenzen verleggen van alleen maar praten over de dingen die anders moeten, naar feitelijk de stap zetten om met handen en voeten iets te kunnen betekenen voor anderen. M25 heeft jonge mensen een aantal middagen en/of avonden bij elkaar gebracht om hun te laten ervaren wat het feitelijk inhoud iets voor een ander te kunnen betekenen.

M Twenty Five

Wij zijn vrijwilligers, die jonge mensen een aantal middagen en/of avonden bij elkaar wil brengen om hun te laten ervaren wat het feitelijk inhoud iets voor een ander te kunnen betekenen. Wij willen de jongeren laten zien wat diaconie is. Wij hebben ons M25 gedoopt, omdat wij dit een gepaste naam vonden in verband met het project dat wij organiseren. M25 staat voor Matteüs, hoofdstuk 25 (zie bijlage 1). Dit is een belangrijke passage uit de bijbel waarin Jezus ons aangeeft hoe wij met andere mensen moeten omgaan en elkaar kunnen helpen.

Doelgroep

Dit project is bedoeld voor maatschappelijk betrokken jongeren van 14 tot en met 16 jaar. Het is een driejarig project voor jeugd van 14, 15 en 16 jaar in de gemeente Delft. Zij worden benaderd in de maanden mei en juni om deel te nemen aan het project dat start in de maand september. Van jaar tot jaar zullen de doelgroepen het programma Grenzen Verleggen volgen, echter toegesneden op de leeftijd. Vandaar dat er een verschil gemaakt wordt in het programma waarbij de respectievelijke onderdelen Grenzen Verleggen I, Grenzen Verleggen II en Grenzen Verleggen III genoemd wordt.

Wat gaan wij de komende tijd doen?

Wij willen samen met jullie onze “grenzen verleggen”.

De eerste avond wordt op een septemberavond in de Adelbertkerk gehouden. Vanaf 19.30 uur zijn de jongeren welkom. De avond duurt tot ongeveer 21.00 uur.

De coördinatoren van “Stichting Jeroen”, “Stichting Over De Brug” en het “Stadsdiakonaat” vertellen de jongeren meer over hun werk. Daarnaast komt een aantal mensen met wie zij te maken hebben (de doelgroep van de stichtingen) ook hun verhaal vertellen. In een folder kunnen de jongeren meer informatie over deze stichtingen lezen.

In de derde week van november gaan de jongeren de theorie in praktijk brengen. Het is bijvoorbeeld een uitdaging een aantal zwerfjongeren met een verhuizing te helpen. Een aantal anderen zouden een maaltijd voor daklozen kunnen verzorgen. Of wat te denken van het verzorgen van een viering voor daklozen en verslaafden elke laatste vrijdag van de maand? Ook bestaat de mogelijkheid verstandelijke gehandicapten te helpen met hun dagelijkse problemen. Op dit moment worden verschillende stichtingen en organisaties benaderd om ons te helpen de jongeren kennis te laten maken met de diaconale werkzaamheden.

De activiteiten worden allemaal onder begeleiding van de respectievelijke stichtingen gedaan. Op een zaterdag in maart gaan wij met z’n allen naar Rotterdam. In de grootste havenstad van de wereld gaan wij bij verschillende instellingen en stichtingen op visite. Hier gaan wij ontdekken hoe medewerkers van deze instellingen hulp bieden aan minder bedeelden.

Als afsluiting van het project “Grenzen Verleggen” is het de bedoeling dat wij op een vrijdag in mei in de Adelbertkerk samenkomen en onze meningen en nieuwe ervaringen delen. Hierna wordt er nog een speciale viering gehouden.

Het tweede en het derde jaar van het project is ongeveer gelijk aan het eerste jaar met dien verstande dat er andere stichtingen en hulpinstanties worden benaderd om structurele samenwerkingsverbanden op te zetten tussen de jongeren en de stichtingen. Er wordt naar gestreefd de jongeren zich verantwoordelijk te laten voelen voor een klein stukje werkzaamheid in één van de stichtingen. Zij worden aangemoedigd een werkzaamheid te adopteren