Bisschop bezoekt RKSD Delft

Werkbezoek vanwege de sociale leer van de Kerk

Op donderdag 9 oktober bracht bisschop Van den Hende een bezoek aan de mensen van het ‘RK Stadsdiaconaat Delft en Omstreken’. De bisschop sprak in Delft met leden van het bestuur van het RK Stadsdiaconaat en had daarna een ontmoeting met vrijwilligers en bezoekers van de Jessehof.

(Foto’s: P. van Mulken)

De Jessehof is een interkerkelijk diaconaal centrum, waarin het RK Stadsdiaconaat deelneemt. Het is een van de vaste activiteiten van het Stadsdiaconaat. Aansluitend bracht de bisschop een bezoek aan het distributiecentrum van de Voedselbank, waar een team van vrijwilligers wekelijks 400 voedselpakketten gereedmaakt voor de zes uitdeelpunten in de stad en omgeving.

Door het jaar heen brengt de bisschop enkele malen een diaconaal werkbezoek vanwege de sociale leer van de Kerk. Geloof en liefde horen bij elkaar, en geïnspireerd door het geloof gaat het in de sociale leer van de Kerk, in ons sociaal en diaconaal handelen, om ‘een beschaving van liefde’ gebaseerd op het liefdesgebod van de Heer: “Dit is mijn gebod dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad” (Joh. 15, 12).

Diaconie in de stad

Gastheer van het bezoek in Delft was diaken Jan Lamberts. Hij ontving de bisschop ’s ochtends samen met twee leden van het bestuur van het RK Stadsdiaconaat, de heer Jo Berkhoff en mevrouw Anita van Velzen. Beiden zijn betrokkenen van het eerste uur. Diaken Jan Lamberts vertelde: “Mijn voorganger, de franciscaan Hans van Bemmel, startte het stadsdiaconaat, nadat hij elders met vergelijkbare initiatieven kennis had gemaakt. Expliciet werd ervoor gekozen om mensen niet als individuen hulp te bieden, maar op de eerste plaats een aanbod te doen voor groepen om op die manier het contact van mensen met elkaar te stimuleren.” Het Stadsdiaconaat werd in 2005 officieel opgericht door het in een stichting onder te brengen en bestaat daarmee nu bijna tien jaar.

“Omdat het Stadsdiaconaat niet alleen individuele noodhulp geeft, maar mensen samenbrengt, heb je de hele mens in beeld,” aldus de bisschop. In het gesprek lichtten de bestuursleden en de stadsdiaken de vele activiteiten van het RK Stadsdiaconaat toe. Een aantal activiteiten wordt uitgevoerd door het RK Stadsdiaconaat, andere activiteiten zijn oecumenisch, en soms ook verzelfstandigd. Dat laatste geldt voor de Voedselbank. Jan Lamberts: “Dat begon ooit met zes plastic tassen vol met spullen en gaat inmiddels over 400 voedselpakketten per week.” De Voedselbank verzelfstandigde in 2007. De zes uitdeelpunten zijn nog steeds gevestigd in katholieke en protestantse kerken in de stad en omgeving. In januari 2014 werd een nieuwe bedrijfsloods betrokken voor opslag en verwerking van binnenkomende producten en voor het samenstellen van de pakketten. “Ik verwacht dat we komend jaar zullen groeien van 400 pakketten naar 500 pakketten per week,” aldus de diaken.

Na de Voedselbank ontstonden weer andere initiatieven, zoals een ‘Non-food bank’, voor mensen die spullen nodig hebben voor hun woonplek en die niet kunnen kopen. Vaak zijn dat ook cliënten van de Voedselbank of mensen na een scheiding of na een periode in de gevangenis. Ook is er een ‘Vakantiebank’ om in de zomer een paar dagen vakantie, een weekendje weg of een uitstapje mogelijk te maken voor mensen die klant zijn bij de Voedselbank of die om andere redenen geen geld hebben voor vakantie.

Samenwerking en oecumene

De relatie met de gemeentelijke overheid is goed, en er wordt samengewerkt met de protestanten en andere partners. “Protestanten en katholieken hebben hetzelfde probleem voor ogen, we zien hetzelfde probleem, dezelfde nood,” benadrukt Jan Lamberts enkele malen tijdens het gesprek: “Over de werken van barmhartigheid kun je het alleen maar eens zijn. Daar ziet iedereen het belang van in.” Dat bevestigt de bisschop met een verwijzing naar het ‘Handboek voor de spirituele oecumene’ van kardinaal Kasper, dat het gezamenlijk getuigenis van christenen in diaconie bepleit naast gezamenlijke bezinning op de Schrift en gezamenlijk gebed.

Delft was een overwegend protestantse stad. “Maar we vormen als katholieken een substantieel deel van de kerkelijke veld,” vertelt Jo Berkhoff. Of, zoals de bisschop signaleert: “De Katholieke Kerk is in onze regio geen meerderheid, maar een interessante minderheid en we staan open voor samenwerking. Als het gaat om cohesie in de samenleving, zijn we als kerkgemeenschap een instantie die daar mede voor kan zorgen.”

Nieuwe ontwikkelingen

Het gesprek gaat verder onder meer over de inzet van vrijwilligers, de maatschappelijke stage en M25. En ook over de doelgroep van de diaconie. Waren het vroeger vooral dak- en thuisloze mensen, door de crisis doen steeds vaker ook andere mensen een beroep op hulp. En waar de overheid noodgedwongen faciliteiten afbouwt, ontstaan ook nieuwe problemen. Zo heeft de sluiting van dagopvang gevolgen voor mensen met psychische problemen. De sluiting van wijkcentra heeft gevolgen voor mensen die door financiële of psychosociale problemen minder sociaal mobiel zijn. Heel concreet maken de verschillende diaconaal betrokkenen zich momenteel zorgen over de gevolgen van de decentralisering van de zorg, van de rijksoverheid naar de gemeenten. Anita van Velzen: “Het is ingrijpend. De gemeentelijke overheid doet zijn best, maar het wordt in januari 2015 nog heel ingewikkeld voor mensen. Veel mensen, merken we, zijn nu al erg gespannen en maken zich grote zorgen over wat de verandering voor hen gaat betekenen.”

Groot bereik

Ondertussen werkt de diaconie in Delft. Vooral via mond-tot-mond reclame weten mensen de weg naar de kerk te vinden. En aan de andere kant helpen vele mensen mee, die iets willen doen voor een ander. De Voedselbank verspreidt de pakketten via zes kleinschaligere uitdeelpunten, zodat er persoonlijk contact mogelijk is. Er wordt samengewerkt met lokale leveranciers, zoals telers uit het Westland. En regelmatig worden samen met scholen en kerken inzamelingen gehouden bij supermarkten. Dan koopt maar liefst 70% à 80% van het winkelend publiek extra producten om aan de Voedselbank te doneren.

Ook Diaconaal Centrum de Jessehof heeft een groot bereik. Als inloophuis is het een plek waar iedereen terecht kan die behoefte heeft aan gezelschap en een luisterend oor. Voor veel mensen, vooral ook voor hen aan de rand van de samenleving, is eenzaamheid en sociaal isolement een gevaar dat op de achtergrond van hun leven aanwezig is. Jan Lamberts: “In de Jessehof kunnen ze even op adem komen, zichzelf zijn. De Jessehof wordt door bijna alle Delftse kerken gesteund en de gemeente Delft staat er zeer welwillend tegenover. Bezoekers uit heel Delft en daarbuiten weten hun weg naar de Jessehof te vinden.”

 

 

Geplaatst in Actueel.