RKNIEUWS.NET: Geplaatst door Theo Borgermans op do 2 aug '07 om 00:05u (Bron: Tertio)
HASSELT (RKnieuws.net) - In zijn leven zag Paul Schruers veel lijden en het enige antwoord dat hij daarop kon bedenken, was liefde. De voormalige bisschop van Hasselt gaat nog altijd op zoek naar het goede in iedere mens. Op zijn kamer in het rusthuis kijkt een bijna muurgrote piëta je aan.
Na zijn ontslag als bisschop van Hasselt trok Paul Schruers zich anderhalf jaar terug in Mariapolis, de Focolare-gemeenschap in Rotselaar. Zo gaf hij de nodige ruimte aan zijn opvolger Patrick Hoogmartens. Nog altijd leeft de voormalige bisschop een week per maand mee in Mariapolis, maar de andere weken woont hij in een rusthuis in het centrum van Hasselt. Zijn dagen kennen een vast ritme: de dagelijkse eucharistie in de Virga Jesse-basiliek of in Rotselaar, de studie van de Schrift, het beantwoorden van correspondentie, een stevige wandeling en huisbezoeken. Elke avond telefoneert hij langdurig met de gepensioneerde priesters en diakens.
Maar bovenal is Schruers gehecht aan de vele toevallige ontmoetingen met mensen in de straat. "De stad is mijn biechtstoel en mijn preekstoel geworden,’’ zegt hij. "Veel mensen spreken me aan omdat ze mijn gezicht kennen. Ik luister naar hun verhalen. Hoe getekend door het leven ze ook zijn, iedereen verlangt naar het goede en naar liefde.’’
Wat is uw mooiste herinnering?
"Op elk ogenblik ben ik eigenlijk gelukkig, vooral wanneer ik arme mensen ontmoet. Zij zijn mijn vrienden. Als jonge priester leerde ik al dat de diepste vreugde ligt in het gewone van elke dag. Je moet al je krachten van goedheid, verwondering en dankbaarheid leggen in elke ontmoeting. Wil je een mens echt kennen, dan moet je zijn diepste verlangens kennen. Eigenlijk willen alle mensen, ook jongeren, goede mensen zijn. Mensen stellen me niet teleur. Ze lijden soms aan hun eigen geschiedenis, maar verlangen allemaal het goede.’’
Was er nooit een dieptepunt in uw leven?
"Over mijn grootste lijden heb ik jarenlang gezwegen. Na de moeilijkheden in Rwanda en Burundi bezocht ik die landen. Enkele weken voor mijn bezoek waren religieuzen vermoord. Ik zag de bloedvlekken op de grond. Ik heb zeven massagraven gezien waar de armen en benen van honderden mensen uitstaken. Een vriend die me vergezelde, verloor kort nadien zijn spraak. Ik wou daar het Onzevader bidden, maar ik kende de woorden niet meer. Ik kon me niet meer situeren in het leven door de vreselijke verhalen en door wat ik zelf zag.
Enkele meisjes hadden een weeshuis voor de andere etnie opgericht, Tutsi’s die hun leven gaven voor Hutu’s, de onophoudelijke inzet om een nieuw leven op te bouwen. Die hoopvolle verhalen, de heiligheid en de heldhaftigheid van sommige Afrikanen hielpen me er bovenop. Ik heb in Afrika mijn diepste keuze voor het evangelie opnieuw moeten maken en het tekende mijn levenswijze. Ik kon mijn tijd niet meer verliezen met kleinzieligheid. Afrika deed me lijden, maar het maakte me ook christen. Als ik nu Afrikanen zie, heb ik de neiging op hen toe te stappen. Ze hebben veel meegemaakt. Het ontroert hen dat ik hun land bemin.’’
U onderhield vele contacten met de jonge kerken. Hoe kunnen zij een rijkdom zijn voor onze kerk?
"Wij verrijken elkaar altijd door wederzijdse ontmoetingen. Als jonge priester wou ik missionaris worden. Ik had veel moeite met de vanzelfsprekendheid van het kerkelijk leven in Europa. God is veel groter dan onze kerkelijke compromissen. Een uitspraak van kardinaal Jozef-Ernest van Roey – ‘In de toekomst zal het leven van de kerk zich in Europa afspelen, hier zullen keuzes moeten worden gemaakt’ – deed me uiteindelijk kiezen voor Europa.
De rijkdom van de jonge kerken ligt bij de armen, die authentiek evangelisch leven. Hun eenvoud en armoede stralen een heiligheid uit die ons westerlingen tot het evangelie kan bekeren. Afrika maakt de westerse kerkcrisis en de geloofsverdieping mee, maar hun eigen ervaringen van heiligheid en bereidheid het leven te geven voor de anderen, zijn op zichzelf een vruchtbare getuigenis voor het Westen. In Afrika zie je dat de Blijde Boodschap aan armen wordt verkondigd. Hoe armer de kerk, hoe meer onderlinge vriendschap er leeft. Wij hebben die evangelische gevoeligheid verloren, maar de jonge kerken kunnen ons dat weer bijbrengen.’’
Toch werd u niet bitter door de crisis in de westerse kerk.
"We beleven een kerkcrisis omdat we te weinig tot de kern van de zaak komen. Hans Küng zegt terecht dat we de christelijke leer te complex voorstellen en mensen te weinig confronteren met de kern van het geloof. Uiteindelijk gaat het om de twee voornaamste geboden: God en je naaste beminnen. Onlangs sprak ik in een Brusselse school. Wat moet je vertellen aan jongeren over het geloof? Drie dingen gaf ik hun mee. Om het leven te winnen, moet je het verliezen; dat is de sleutel van het evangelie. God spreekt in de stilte tot ons hart, maar dan moeten we ruimte geven aan ons hart. En je kan niet op je eentje christen zijn, je moet een groep vormen en het leven delen met elkaar. Ik merk dat mensen nog altijd openstaan voor het wezenlijke van ons geloof.’’
U hechtte veel belang aan spiritualiteit. Hoe zou u uw eigen spiritualiteit omschrijven?
"We begrijpen het evangelie pas als we het lijden van Jezus tot ons hart laten spreken. Jezus leefde niet in een onrealistische wereld, maar deelde helemaal de geschiedenis van de mensen. Ik zie in de ogen van de Godverlaten Jezus aan het kruis een nieuwe horizon opengaan. Lijden omgeven door liefde toont de glans van de verrijzenis.
Ik ging het lijden nooit uit de weg in mijn leven. Het heeft me wel uitgedaagd en doen begrijpen wat het evangelie zegt. Op het moment van lijden moet je de mens omarmen, je bij Jezus voegen in zijn lijden ten einde toe. Te midden van het lijden moet je liefde investeren. Dan gebeurt er iets nieuws in de dramatische geschiedenis. De onzinnigheid wordt omgevormd tot een geschiedenis van liefde. Je moet iets doen met het lijden. Wat je kan doen, is antwoorden met liefde. Ik zie elke dag lijdende mensen en het lijden behoort tot het hart van onze geschiedenis, maar het kan worden overstegen.’’
Mocht u herbeginnen, zou u dezelfde keuzes maken?
"Ik koos ervoor priester te worden en werd nadien een christen. Dat zou ik nu omkeren. Een goede priester zijn kan maar als je een goede christen bent. Kardinaal Leo-Jozef Suenens zei ooit dat het belangrijkste moment uit zijn leven niet de wijding tot bisschop was, maar zijn doopsel. In de hemel zijn geen bisschoppen meer, alleen mensen die liefhebben.
Maar hoe word je een goede christen? Je kan niet zomaar zeggen: ‘Ik ga morgen christen zijn’. Dat is te groots. Van de Focolare-beweging leerde ik te beginnen bij één woord. Dat creëert een toegangspoort die haalbaar is. Een zinnetje per maand beleven valt te realiseren. Bij mijn eerste bezoek aan een groepje Focolarini stond de zin ‘Ze hadden alles gemeenschappelijk’ centraal. Hoe doe je zoiets? Iemand uit de groep vertelde hoe ze al haar platen verkocht en het geld aan de armen gaf. Diezelfde avond stortte ik alle geld van mijn rekening op Broederlijk Delen. Hun spiritualiteit maakt het mogelijk het evangelie concreet te beleven.’’
***