U bent bezoeker:

 

BRUSSEL (RKnieuws.net) –

'Meer sociale woningen bouwen helpt niet als je niet doet aan gemeenschapsopbouw voor iedereen,' vindt Johnny De Mot, pastoor van de Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstandskerk in Brussel. Hij  droomt ervan met zijn kerkgemeenschap een café te openen om 'het leven te vieren', meldt het christelijk opinieweekblad Tertio.

Tertio berichtte al eerder over de werkgroep 'Kerk en sociale woongelegenheid in Brussel' die alle onbewoonde gebouwen van parochies of andere kerkelijke instellingen ter beschikking wil stellen van sociale huisvesting. Tertio laat deze week pastoor Johnny De Mot van de  Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstandskerk in Brussel in hartje Brussel aan het woord. Zowel de parochie als de kerkfabriek geeft al jaren het goede voorbeeld: ze helpen mensen in woningnood aan goedkope sociale woningen.

"Vroeger had je nog betaalbare en bewoonbare buurten in Brussel,'' vertelt De Mot, "nu zijn de meeste betere buurten te duur. Een duidelijk merkbare trend is de 'verzaveling' van de Marollen.'' Zoals in de buurt van de  vlakbij gelegen Zavel, stijgen de huurprijzen en worden de winkels duurder  en chiquer. De buurt is nu tegen wil en dank hip en trendy. De Marolliens zien het met lede ogen gebeuren en hopen dat het maar een hype is, die snel weer overgaat. De grootste vijand is hier niet de migrant, maar de speculant.

"Vroeger hadden we hier een sociale dienst die contact had met 400 bewoners van gemeubelde kamers en een sociaal restaurant waar dagelijks werd gekookt,'' gaat De Mot voort. "Die gemeubelde kamers, die tegen 200 tot 300 euro per maand werden verhuurd, zijn nu allemaal weggesaneerd. Onder de 620  euro per maand vind je niks meer. Het sociaal restaurant is gesloten, want  de armen trokken weg.''

De kerkfabriek en de parochie van de Bijstandskerk werken al vijftien jaar samen met twee sociale verhuurkantoren die elk een honderdtal woningen beheren. "Je moet aan de verhuurkantoren overlaten waar ze goed in zijn. De eerste taak van de pastor en zijn ploeg is bezig zijn met mensen, niet met stenen. Sommige parochies moeten afleren dat ze winst moeten maken, en sommige kerkfabrieken moeten afleren dat ze grootgrondbezitters zijn.''

De vastgoedmaatschappij De Brusselse Haard liet samen met het OCMW, de  parochie en het buurtwerk - en met Europese subsidies - 144 appartementen renoveren door OCMW-steuntrekkers. De appartementen zijn verbouwd al naar gelang de gezinsgrootte van de arbeiders. "Ze hebben dus hun eigen appartement gerenoveerd, wat een meerwaarde betekent en vaak een grotere garantie voor goed onderhoud,'' stelt De Mot vast.

Zijn parochie en de kerkfabriek verhuren zelf ook een twintig wooneenheden  en zetten enkele vzw's waarin ze zitting hebben, aan panden te kopen voor  de armen in de wijk.

"Ik ben voorzitter van de vzw Pagasa die zich inzet voor slachtoffers van mensenhandel. Ik heb die vzw aangespoord panden te kopen voor hun doelgroep. Tot voor kort was ik voorzitter van de vzw Zorgwonen - nu 'Lhiving' voor de begeleiding van kansarme mensen met hiv en hun omgeving. Die hebben hetzelfde gedaan.''

Ook serviceclubs zijn nu veel gemakkelijker aanspreekbaar voor het leed van arme mensen, ondervond De Mot: "De Lions Club heeft ook een aantal appartementen gekocht om aidspatiënten in onder te brengen. Vroeger ging de deur dicht als ze hoorden dat het om die doelgroep ging.''

"Natuurlijk loop je met sociale verhuurkantoren het risico dat je huurders in je panden krijgt, die niet zo voorzichtig met de infrastructuur omspringen,'' weet De Mot die regelmatig de glazen hoort rinkelen in de beschutte woonvormen links en rechts van de pastorij. "En je hebt minder inkomsten, maar je engageert je wel voor de kwetsbare mens en dat is goud waard.''

Volgens De Mot groeide de kloof tussen arm en rijk in Brussel merkbaar. "Twintig jaar geleden woonden er geen vrouwen met kinderen op straat, nu wel. In Terzake was er onlangs een reportage over koppels die op de Périférique in Parijs wonen. Dat bestaat bij ons ook. Ik ken mensen die op de afrit van de Brusselse ring wonen.''

De armen in Brussel vormen een erg divers publiek: "Je hebt de generatiearmen - onder wie heel wat allochtonen - en de 'nieuwe armen' die het ooit goed hebben gehad,'' licht De Mot toe. "Zo hebben we hier een man die twee bedrijven had maar failliet is gegaan en op straat terechtkwam, of die militair die met vliegtuigen vloog, tot hij in de drank vloog en zijn werk verloor. Maar er is niet alleen een grote woningnood bij mensen zonder inkomen of met een bestaansminimum, ook voor mensen met een modaal inkomen is Brussel nu onbetaalbaar. Met mijn wedde als pastoor kan ik onmogelijk in mijn eigen parochie een woning kopen.''

Hoe los je dat woonprobleem het efficiëntst op? "Er moet in de Brusselse wijken een goede mix komen van armen en kapitaalkrachtige mensen. Een buurt met alleen elitairen of alleen armen werkt de polarisatie alleen maar in de hand. Een aantal jaren geleden zeiden we dat we een 'kerk van de armen' wilden. Helaas is dat ook gelijk aan een 'arme kerk'. We kunnen maar overleven met de solidariteit van de meer gegoeden. Die kunnen stabiliteit in de wijken brengen.''

De Mot beseft dat daar een mentaliteitswijziging voor nodig is. "Armen moeten het gevoel krijgen dat ze ook hun plek hebben in deze wereld, hoe arm ze ook zijn, hoe hard ze ook stinken of hoe weinig sociale geplogenheden ze ook kennen. Er is een schrijnend gebrek aan sociale toiletten in de stad. Als je je behoefte moet doen met je blote achterwerk op de boulevard, dan heb je ook niet het respect om op te staan en iets te doen aan jezelf.''

De Bijstandskerk liet daarom achteraan in de kerk een propere wc volledig betegelen, waar iedereen te allen tijde gebruik van kan maken. In de kerk vinden mensen ook zeteltjes en een kruik water met bekertjes. Na de eucharistieviering in het weekend vieren de kerkgangers nog een uurtje door met een glaasje wijn. Laagdrempelig en uitnodigend.

"Ik maak me ongerust over het aantal cafés dat sluit in Brussel,'' zegt De Mot. "Toen ik vroeger 's nachts van het onthaalhuis De Albatros in de Washuisstraat naar de kerk liep, kwam ik acht cafés op mijn weg tegen, met licht, geluid en mensen. Nu geen enkel meer. Cafés zijn plaatsen van samenkomst waar mensen worden beluisterd en het leven vieren. Dat is broodnodig in onze individualistische samenleving. Ik droom ervan samen met de gemeenschap een café te beginnen, uitgebaat door stevige mensen met een hoog therapeutisch gehalte. Meer sociale woningen bouwen helpt niet als je niet doet aan gemeenschapsopbouw voor iedereen. Aan armoede werken is ook aan zingeving werken.''