Henri
Antoine Grouès
werd geboren in Lyon op 5 augustus 1912 als zoon
van rijke ouders. Op 18-jarige leeftijd vroeg hij zijn erfdeel op,
verdeelde
dat onder de armen en trad toe tot de orde der Kapucijnen. Na acht
jaar
kloosterleven bracht hij de eerste oorlogsjaren door als kapelaan in
Grenoble. Hij nam er deel aan illegale verzetsactiviteiten en werd
genoodzaakt te vluchten naar Spanje. In 1944 keerde hij terug naar
Parijs als aalmoezenier bij de marine. Na de oorlog ontving hij het
verzetskruis als blijk van waardering voor zijn moed.
Twee jaar later stelde hij zich kandidaat voor het parlement en werd
hij
gekozen als gedeputeerde in de Nationale Assemblee. Hij kocht een huis
in Neuilly-Plaisance, dat hij beschikbaar stelde als ontmoetingscentrum
en later ook als jeugdherberg. Het huis noemde hij Emmaus, naar een
dorp vlakbij Jeruzalem. Volgens het bijbelverhaal herkenden twee
discipelen, die op weg waren naar Emmaus, de herrezen Jezus op
paasmaandag. Dit gaf hen nieuwe hoop en zij gingen naar Jeruzalem om
daar het goede nieuws te verkondigen.
In
Frankrijk was er in de jaren na de oorlog een grote woningnood. Duizenden
mensen waren dakloos. Een ontmoeting met een man, die
had getracht zich het leven te benemen, gaf de aanzet tot wat Emmaus
geworden is. Abbé Pierre vroeg de man hem te helpen om anderen
te
helpen. Deze man – Georges – werd de allereerste bewoner
van een
Emmaus communauteit. Waarop steeds meer mensen volgden. De
leden van de communauteit bouwden noodwoningen voor gezinnen die
onderdak zochten. Dit alles werd bekostigd van het salaris dat Abbé
Pierre als parlementslid verdiende.
Toen
hij in 1951 stopte met het arlementswerk, raakten de financiële
middelen op. Abbé Pierre ging de straat op om te bedelen. Hierop
lanceerden leden van de communauteit een idee: men zou met het
verzamelen en verwerken van vodden geld kunnen verdienen. Later
werden ook ruwe materialen en tweedehands spullen verzameld en
verkocht. En er werd een regel opgesteld: “We zullen niet accepteren
dat
we in ons bestaan afhankelijk zijn van iets anders dan ons eigen werk”.
In de winter van 1954 kreeg Abbé Pierre internationale bekendheid.
Er
was een baby doodgevroren en Abbé Pierre zocht contact met de
pers.
Hij hield een radiotoespraak en regelde demonstraties. Hierop kreeg
hij
grote bijval en er werden vele donaties gedaan. Hij deed ook een oproep
aan het Franse
parlement om 1 miljard francs (destijds rond 10 miljoen
gulden) beschikbaar te stellen voor de bestrijding van de armoede in
Frankrijk. In eerste instantie werd dit geweigerd, maar drie maanden
later
werd toch tien miljard francs vrijgemaakt met als doel om van dit geld
in
heel Frankrijk 12.000 noodwoningen te bouwen.
Niet alleen in Frankrijk kreeg het werk van Abbé Pierre veel aandacht. Het werd internationaal nagevolgd. In Nederland waren het in 1956 Jan en Liesbeth Wilken die – na een verblijf als vrijwilliger bij Emmaus in Parijs - door het oprichten van de Stichting Emmausvrienden Nederland het Emmauswerk steunden, door spullen in te zamelen en te verkopen.
Na een succesvolle actie voor een Algerijns dorp was het Abbé Pierre
zelf die voorstelde om ook in Nederland een Emmaus communauteit op
te zetten. Een toevallige ontmoeting met de barones Van Zuylen van
Nijevelt, van Kasteel de Haar in Haarzuilens, maakte de weg vrij voor
Jan
Wilken om een stuk grond te pachten op het kasteelterrein, waar een
Emmausgemeenschap kon worden gestart. Dit was in 1966.
Zo werden wereldwijd Emmausgroepen opgericht. Abbé Pierre heeft vele ervan bezocht. Toen hij zich realiseerde dat hijzelf de enige gemeenschappelijke factor tussen al die groepen was, besloot hij dat er een wereldvergadering bijeen moest worden geroepen. Die werd in 1969 in Bern, Zwitserland, gehouden in aanwezigheid van 70 groepen uit 20 landen. Tijdens deze eerste wereldvergadering werd het Universeel Manifest van de Emmaus-beweging aanvaard.
Tijdens zijn leven is Abbé Pierre verschillende malen onderscheiden.
Naast het verzetskruis ontving hij in 1981 de onderscheiding van Officier
van het Legion d’Honneur, in 1987 werd hij Commandeur van het
Legion
d’Honneur, en in 2001 Grand Officier van het Legion d’Honneur,
de
hoogste onderscheiding in Frankrijk. Zijn populariteit blijkt ook uit
het feit
dat hij in 2003 voor de 17de keer tot favoriete Fransman is gekozen
in een
enquête van de krant Journal du Dimanche. Abbé Pierre
is altijd actief
gebleven binnen de Emmausbeweging. Hij is blijven wonen en werken
bij Emmaus in Parijs en bezocht vele groepen en bijeenkomsten,
waaronder de laatste wereldvergadering, in 2003 in Burkina Faso.
Met dank aan Emmaus Nederland
![]() |
Tip: Voor wie meer wil weten, |